Scenario’s voor een netwerk van netwerken

Op zoek naar slimme gezamenlijke investeringskansen voor infrastructuur

De Nederlandse infrastructuur verkeert in goede staat, maar om dit niveau te handhaven moet worden geïnvesteerd. Zo zijn bruggen, tunnels en viaducten technisch verouderd, wil Nederland van zijn gasinfrastructuur af én de energie-infrastructuur vergroenen. Daarnaast vereist het spoor investeringen in wissels, spoorbruggen en beveiligingssystemen, worden luchtvaartnormen strenger maar stijgt de luchtvaartvraag, en zorgt de transformatie van een fossiel naar groener profiel voor uitdagingen voor de havens. Slim investeren is een must om in deze diverse behoeften te voorzien. Deze bijdrage laat met zes scenario’s zien wat slim investeren betekent.

Slim investeren betekent: afgestemde investeringen binnen het netwerk van een infrastructuurbeheerder en tevens binnen het gehele infrastructuurnetwerk. Dit laatste noemen wij het netwerk-van-netwerken. Slim investeren betekent dus: samenwerking tussen infrastructuurbeheerders en zodoende investeringen afstemmen of zelfs bundelen. Dat afstemmen is niet eenvoudig. Het vraagt om inzicht in de wederzijdse invloeden tussen infrastructuurnetwerken en het doorbreken van bestaande institutionele barrières. Maar ook om inzicht in de omstandigheden waaronder het netwerk-van-netwerken in de toekomst moet functioneren; denk aan technologische mogelijkheden, maatschappelijke wensen en klimatologische factoren.

In deze bijdrage gaan wij met de toekomstscenario’s uit ons onderzoek Responsive Infrastructure Through Responsive Institutions (RITRI) in op dat laatste onderdeel. Deze studie onderscheidt zich doordat ze helpt te anticiperen op investeringsbesluiten in soms tegengestelde toekomstbeelden, juist door een perspectief op te werpen dat boven de huidige infrastructuursilo’s staat, maar vanuit de silo’s zelf komt. Wij presenteren de zes scenario’s hieronder als krantenartikelen uit 2050 als opmars naar die gedeelde anticipatie.

1. Infraconomie Revolutie

Nederlandse economie en infrastructuur zegevieren
De grote investeringen in de infrastructuur van de afgelopen decennia hebben de economie tot grote hoogte gestuwd. Voor het dertigste jaar op rij stijgt het bbp in Nederland astronomisch. In vergelijking met 30 jaar geleden zijn de investeringen in zowel rijks-, spoor- als vaarwegen meer dan verdubbeld. Hierdoor kan er nu meer vracht dan ooit worden vervoerd en kan het personenverkeer voor het meer kennisgebonden werk zich optimaal verplaatsen.

In dit scenario gaan een groeiende economie en groeiende investeringen in de infrastructuur hand in hand. Investeringskansen ontstaan voor een groot deel uit de vereiste infrastructurele uitbreidingen. Zo is de capaciteit per eenheid asfalt toegenomen door de ontvlechting van het personen- en vrachtvervoer. Dit ging gepaard met het verhogen van de aanleg van asfalt met ongeveer 30 procent ten opzichte van 2017. Daarnaast is fors geïnvesteerd in de binnenvaart om de positie van de Rotterdamse haven als mondiale topspeler te verzekeren. Hiervoor zijn onder andere verscheidene bruggen opgehoogd om schepen in de grootste klasse ook op cruciale binnenvaarten ruimte te geven. De ondergrondse infrastructuur naar de haven is uitgebreid om fossiele brandstoffen voor ons land veilig te stellen door bijvoorbeeld de Nord Stream verbindingen uit te breiden. Ook ProRail en Schiphol hebben geprofiteerd van en bijgedragen aan de economische groei. Zo is de lengte van het spoornetwerk met ruim 50 procent toegenomen ten opzichte van 2017, en zijn de hoeveelheid vluchten met zo’n 50 procent toegenomen ten opzichte van 2016.

De economische en infrastructurele groei heeft echter een keerzijde. Ondanks een verhonderdvoudiging van het verbruikte elektrische vermogen voor auto’s ten opzichte van 2016, blijkt de energiebehoefte te groot om fossiele brandstoffen voor weg, scheep- en luchtvaart uit te faseren. De CO2-uitstoot is daardoor met minstens 20 procent gestegen voor transport over land en tot 50 procent voor over zee en door de lucht. De sunk costs voor de vergroening van de zee- en luchtvaartvloot bleken te groot om de uitstoot te verminderen.

2. Veiligheid Revolutie

Nederlanders nog nooit zo gelukkig
Het World Happiness Report 2050 zet Nederland wederom met stip op 1 als het gelukkigste land van de wereld. Deze 2050-editie beargumenteert waardoor Nederland al jaren de lijst aanvoert. Het geheim lijkt een verandering die wordt betiteld als ‘welvaart naar welzijn’. Zo worden veiligheid en betrouwbaarheid wezenlijk hoger gewaardeerd dan automobiliteit en economische groei.

Centraal in dit scenario staat veiligheid. De maatschappelijke acceptatie van ernstige gewonden bij zoiets alledaags als verkeer heeft een nulpunt bereikt. De 90 procent reductie van ernstige verkeersgewonden op de weg ging gepaard met het wegnemen van de primaire veroorzaker: de menselijke fout. Automatisch rijden in rurale gebieden is de standaard, wat daar de verkeersveiligheid een enorme impuls heeft gegeven. In Randstedelijke gebieden is de realisatie van een sterk geïntensiveerd trein- en lightrailnetwerk gepaard gegaan met een vervoerssamenstellingswijziging van de auto naar de veiligere trein. Deze veiligheidsrevolutie kan worden verklaard vanuit de stijgende welvaart, waardoor meer gewicht wordt toegekend aan veiligheid. Verdere veiligheidsverbetering is ontstaan doordat de Nederlander minder is gaan autorijden, maar liefst 25 procent minder ten opzichte van 2016. De welzijnsshift legt de verandering uit: de werkweek is verkort omdat de Nederlander liever tijd spendeert met vrienden en familie dan met collega’s. De economie is daardoor gekrompen met 10 procent ten opzichte van 2017. De positieve keerzijde van economische krimp is een filereductie van ongeveer 70 procent ten opzichte van 2017. Bovenstaande ontwikkelingen gingen gepaard met een halvering van de weginfrastructuurkosten ten opzichte van 2016, en een stijging van 60 procent van de spoorinfrastructuurkosten. Bovendien hielp de welzijnsfocus het milieu: er is 50 procent landzijdige CO2-uitstootreductie gerealiseerd (ten opzichte van 2016). Uitstootreductie in de luchtvaart is echter amper gerealiseerd.

3. Business as usual

‘Techno-pessimisme’ woord van het jaar
Waar bleef toch die vierde industriële revolutie? Anno 2050 lijkt het tijd om te reflecteren op het (ruimtelijk) beleid van Nederland tot dusver. De term die alles omvattend lijkt: techno-pessimisme – woord van het jaar 2050.

Centraal in dit scenario is dat huidige trends doorzetten. Investeringskansen ontstaan omdat op alle modaliteiten groei ontstaat, zonder dat technologie de capaciteit van het gehele infrastructurele systeem vergroot. De automobiliteit is in 2050 bijvoorbeeld met ongeveer 30 procent toegenomen. De Nederlandse wegen bleken niet opgewassen tegen deze verkeersvolumes en de f iles zijn anno 2050 gestegen met 50 procent ten opzichte van 2016. Om de mobiliteitsgroei te keren, werd vooral naar technologie gekeken, zoals de zelfrijdende auto. De technologie maakte de beloften niet waar. Zo gek is dat ook niet: technologische verandering zorgde in het verleden ook eerder voor meer dan minder infrastructurele vraag.

Ook het treinverkeer lijdt aan technologie-overschatting: het aandeel treinverplaatsingen ten opzichte van autoverplaatsingen is, net zoals de decennia voor 2020, stabiel gebleven. Beide verplaatsingen zijn wel in absolute zin gestegen – respectievelijk 30 en 35 procent – en ook de trein- en weginfrastructuur is uitgebreid, met wel 20 procent. Echter, tegelijk gingen punctualiteits- en veiligheidsniveaus achteruit ten opzichte van de situatie in 2020.

Het vrachtvervoer kent een veel grotere groei, met name de binnen- en zeevaart, tot wel 80 procent ten opzichte van 2017. Dit ging gepaard met een economische groei van 60 procent. De vraag rijst echter of de huidige binnenvaartniveaus zijn vol te houden. Door het uitblijven van de milieu-urgentie en technologische oplossingen om schepen (en vliegtuigen) significant te vergroenen, zijn CO2-niveaus ten opzichte van 2020 stabiel gebleven. Energie wordt efficiënter benut, toch zijn fundamentele milieuverbeteringen niet opgetreden. De toenemende klimaatverandering en droogte zetten de toekomst van de binnenvaart onder druk. Het is echter onduidelijk of maatschappelijk draagvlak bestaat om de milieuvervuilende luchtvaartsector onder ongeveer 560.000 vluchten per jaar vanaf Schiphol te krijgen.

4. De Groene Revolutie

Groene successen dankzij doorbreken onzichtbaarheid
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft anno 2050 opnieuw de klimaatbalans opgemaakt. Wat blijkt? De wereld is steeds groener geworden dankzij nadrukkelijke aandacht voor onzichtbare vervuilers – scheepvaart –, onzichtbare infrastructuur – ondergrondse – en onzichtbare beleidsmaatregelen – mobiliteitsprijsbeleid.

De kern van dit scenario is dat Nederland vol inzet op zo groen mogelijk energiegebruik en zo min mogelijk milieuvervuiling. Investeringskansen zijn daar waar vergroening, wegverkeerreductie en vervuilende vlootafbouw of spoorintensivering nadrukkelijk
voorkomen.

De resultaten zijn ronduit spectaculair te noemen. Anno 2050 is het aandeel infrastructuur gerelateerde CO2-uitstoot met 85 procent gereduceerd ten opzichte van 2016. Bovendien is het fossiele energieverbruik tot nul gereduceerd, terwijl voor alle vervoerswijzen in 2016 nog 750 petajoule fossiele brandstof (27.000 miljoen kilogram) nodig was. Essentieel is de aandacht voor wat we niet zien. De onzichtbaardere zeevaart draaide op vervuilende stookoliën, maar bleef veelal buiten het oog van nationale territoria en milieubeleidsmaatregelen. Ook de luchtvaart was ‘onzichtbaar’, bijvoorbeeld door het ontbreken van btw- en kerosinebelastingmaatregelen. Het zichtbaar maken van het onzichtbare heeft geleid tot grotere CO2-reducties: de emissies in de scheep- en luchtvaart zijn gedaald met respectievelijk 2000 en 4000 miljoen kilogram. Daartegenover is de energiebehoefte toegenomen, zoals het meer ‘zichtbare’ autoverkeer is toegenomen van 1 petajoule elektrische energieverbruik in 2016 tot zo’n 200 petajoule nu.

Kortom, anno 2050 is het onzichtbare zichtbaar aangepakt: first movers-beleid heeft een waterstof- en ondergrondtransitie bespoedigd. Bovendien zijn oude, zeer vervuilende, zee- en luchtvaartuigen versneld vernieuwd door verscheidene vloot-afbouwstimuleringsmaatregelen. Ook mobiliteitsreductie, gepaard met mobiliteitsprijsbeleid, leverde belangrijke milieubijdragen: zo verminderde het weg- en vrachtverkeer met 30 procent en verdubbelde het aantal treinkilometers voor personen en vracht. Bovenstaande was mede mogelijk dankzij breed maatschappelijk draagvlak: termen als vliegschaamte en treintrots zijn alledaags geworden. Dat er veel geld gaat naar groene innovatie vinden we niet meer dan normaal.

5. De Technologische Revolutie

‘Technologie als verlosser ’, mits we samenwerken
De fysieke leefomgeving leek in een gordiaanse knoop te zitten: astronomische bedragen waren vereist voor klimaatbestendigheid, woningbouw, vervangingsopgave transportcapaciteit, kwaliteit van leven en energietransitie. Niemand durfde in 2020 te dromen dat met beperkte middelen deze uitdagingen voldoende konden worden aangepakt. Cruciale ontwikkeling in de stap van droombeeld naar werkelijkheid: sterk samengaan van technologische en sociale innovatie.

Technologische innovaties rondom infrastructuur, die positief bijdragen aan diverse maatschappelijke wensen, en efficiënt ruimtegebruik kenmerken dit scenario. Investeringskansen liggen bij efficiënt ruimtegebruik in plaats van massale infrastructurele uitbreiding: komen er bijvoorbeeld grote 3D-printplaza’s of virtualrealitytheaters aan de randen van steden of op het huishoudenniveau? En wat zijn de transportconsequenties van innovaties; bijvoorbeeld intensievere vrachtvervoerstromen omdat trucks, treinen en schepen vaker zwaarder beladen zijn?

Anno 2050 lijkt het gemakkelijk terugkijken: de oplossingen voor ruimtelijke crises komen vanzelf als ICTbudgetten van overheden en bedrijven worden verhoogd van 25 naar 65 miljard euro per jaar, en research & development van 12 naar meer dan 20 miljard per jaar. Natuurlijk waren er in 2020 dromen over infrastructuurkostenbeperking. Bijvoorbeeld door intelligent assetmanagement (slimmer onderhoud), efficiënter mobiliteit organiseren via Mobility as a Service (MaaS), zelfrijdende voertuigen op de weg en het spoor (ATO) en slim systeemmanagement zoals ERTMS en hoogfrequent spoor. Maar dat de totale infrastructurele kosten slechts zo’n 8 procent stijgen terwijl de netwerken zo’n 7 procent uitbreiden, dat was wel een hele stoute droom.

Met minder middelen meer maatschappelijke wensen inwilligen: innovatie ging ook gepaard met aanzienlijke betrouwbaarheidsverbeteringen – 20 miljard minder voertuigverliesuren en spoorpunctualiteit tot wel 95 procent – en 50 procent minder ongevallen. Het lijkt erop dat concrete technologische innovaties de mobiliteitsvraag verkleinen. Denk aan 3D-printen dat de vrachtvervoervraag vermindert, of verbeterde virtual en augmented reality die 25 procent luchtvaartafname bewerkstelligen.
Technologische innovatie kon niet op zichzelf die gordiaanse knoop ontrafelen. Juist sociale samenwerking verhoogde het functioneren van het infrastructuurnetwerk, zoals verkeerstromensturing over de Nederlandse wateren en vermindering van goederentransportkilometers dankzij leegvervoerreductie. Deze governance verbetering gaat\ samen met bijvoorbeeld 10 procent scheepvaart-sluisnormtijdstijging en met een on time performance-groei in de luchtvaart van meer dan 20 procent. Technologische innovatie én samenwerken gingen zodoende gepaard met 50 procent economische groei en halveerde de CO2-uitstoot.

6. De Gemiste Boot Revolutie

Boze burgers vs. klimaatspijbelaars: en de winnaar is …
Herinnert u zich Greta Thunberg nog? De milieuactiviste die in 2018 opriep tot strenger klimaatbeleid? En Donald Trump, de protectionistische Amerikaanse president die de
 VS terugtrok uit het Parijs Akkoord? Deze boze burger vs. klimaatspijbelaar-strijd barste ook in Nederland los. Anno 2050 zijn we sociaaleconomisch niet achteruitgegaan, maar wel qua klimaat. Winnaar: boze burger.

Dit scenario kenmerkt zich door het traag ontstaan van draagvlak voor milieubewust handelen: klimaatakkoorddoelen zijn niet behaald. De investeringskansen zouden kunnen liggen in het transformeren van bestaande infrastructuur. Bijvoorbeeld, is anticiperen op de combinatie van spoorkabels met elektrische laadinfrastructuur mogelijk, zonder niet te grote delen van het energienet te herdimensioneren?

In 2020 wilden de Nederlandse Trumpen niet achteruitgaan op thema’s als mobiliteit, betrouwbaarheid en economie als dat leidt tot enkel stilstand in plaats van vooruitgang op klimaatgebied. De klimaatspijbelaars waren daarentegen overtuigd van verminderen: ‘Dat meer, meer, meer-denken is misschien leuk voor de boze burger-generatie, maar het klimaat blijft enkel
leefbaar als we minderen.’ De Nederlandse Trumpen en Thunbergen kwamen tot talloze compromissen: we investeren extra in spoor zodat we 30 procent meer spoorinfra realiseren in vergelijking met 2017, maar alleen als we de weginfrastructuur ook met 10 procent kunnen uitbreiden. Dit ging gepaard met stijgende mobiliteit (meer dan 10 procent auto, meer dan 60 procent trein) en infrastructuurkosten (40 procent meer). De uitstoot bleef hoog: een modal shift naar de betrekkelijk schonere binnenvaart was onaantrekkelijk vanwege de aanhoudende droogte.

Klimaatspijbelaars zetten zodoende in op vergroening, vergelijkbaar met de gele vestjes voor klimaatscepsis. Het gevolg? Wederom een compromis: de hoeveelheid vliegbewegingen werd met een kwart teruggedrongen en technologische innovatie (investeringstoename van 20 miljard euro) – bijvoorbeeld middels biobrandstoffen en elektrisch transport – moest de rest doen. Het fossiele energiegebruik bij met name lucht- en scheepvaart bleef hoog (reducties van respectievelijk 35 en 45 procent). Zodoende was de totale infrastructuur-gerelateerde CO2 uitstoot hoger dan het 49 procent-niveau ten opzichte van 1990. Verliezers: de klimaatspijbelaars.

Van scenario’s naar slim investeren

Onze scenario’s kunnen bijdragen aan het inzichtelijk maken van slimme investeringsstrategieën: strategieën die positief bijdragen aan het functioneren van het netwerk-van-netwerken in meerdere scenario’s (Neef et al., 2018). Bovendien kunnen de scenario’s aanzetten tot denken over afstemmen of bundelen van die investeringen. Dat dwingt bijvoorbeeld te kijken naar waar en wanneer voor andere beheerders een verouderingscyclus zijn einde nadert of nieuwe behoefte ontstaat.

De scenario’s wijzen uit dat juist deze interactie van de verschillende netwerken wezenlijk anders is in de geschetste toekomst. Het Gemiste Boot-scenario gaat uit van een toekomst waar de afzonderlijke netwerken spaarzaam elkaars interdependenties benutten. Daartegenover kan het Groene of Technologische scenario zich enkel ontvouwen in het geval er nadrukkelijke visie, coördinatie of zelfs integratie van de netwerken plaatsvindt.

Alarmerende conclusie
Uit de studie blijkt tevens dat voor deelnemende infrastructuurbeheerders de ‘Gemiste Boot Revolutie’ als zeer waarschijnlijk scenario overblijft. Dat is alarmerend. Nog alarmerender kan zijn dat de groene, veiligheids- en technologiescenario’s vooral als wenselijk worden bestempeld in plaats van haalbaar. Belangrijke redenen betreffen het sectoraal aanpakken van capaciteitsoptimalisatie en visie. Een afwegingskader dat helpt om beslissingen te nemen die mogelijk niet de meest efficiënte zijn voor het eigen netwerk, maar wel voor het netwerk-van-netwerken als geheel, lijkt een uitkomst. Dit toont het belang om aan de slag te gaan met de ontwikkeling van een netwerk-van-netwerkenvisie.

Gebruikte bronnen
• Neef, M.R., Verweij, S., Busscher, T. (2018). Slim investeren in netwerken: Oude infrastructuur, nieuwe kansen. ROmagazine, 36 (7-8), 8-11.
• Neef, M.R., Verweij, S., Busscher, T. (2019a). Op zoek naar slimme gezamenlijke investeringskansen voor infrastructuur: Naar scenario’s voor een netwerk van netwerken. ROmagazine, 37 (10), 30-34.
• Neef, M.R., Busscher, Verweij, S. (2019b). Op zoek naar slimme gezamenlijke investeringskansen voor infrastructuur – Deel 2: Bouwen aan het netwerk van netwerken. ROmagazine, 37 (12), 39-42.

Terug naar overzicht